Misschien heb je hem al op je bureau liggen; “De kracht van onderuit. Een geschiedenis van het buurtopbouwwerk in de mijnstreek.” Jef Lingier deed in meer dan 350 pg. de geschiedenis van ons werk uit de doeken. Voor een snotneus als ik, waar in de begindagen (lees: gloriedagen) van het opbouwwerk nog geen sprake van was, is dit een boeiend werk. Ik lees er met veel plezier in en kom te weten welke uitdagingen opbouwwerkers en buurtbewoners 40 jaar geleden te lijf gingen. Maar ik lees ook dat het opbouwwerk vroeger beter was, met meer strijdlust en zeker meer bezieling. Is het tijd om ons werk eens goed onder de loep te nemen? Een gezonde dosis zelfkritiek kan nooit kwaad, toch?!

Het is waar dat ons werk minder zichtbaar is geworden. We zijn van de barricaden naar de coulissen getrokken. Het meeste werk gebeurt achter de schermen en als het goed is staan de buurtbewoners op het toneel. Wat doen we dan wel concreet?

Eerst en vooral: we organiseren mee, samen met bewoners en vrijwilligers, straat –en wijkfeesten en alle afgeleide vormen ervan… nieuwjaarsrecepties, BBQ’s en vrijwilligersfeestjes. Feestvarkens als we zijn doen we dit vooral om mensen samen te brengen. We ondersteunen mee verenigingen, soms aan de afwas en soms met pen en papier, dit omdat we er allemaal van overtuigd zijn dat zij het cement zijn van de samenleving.

We drinken veel koffie; op vergaderingen, na vergaderingen en soms ook voor vergaderingen. Geloof het of niet, dit koffiedrinken is een onmisbare methodiek in het buurtopbouwwerk. We gaan zelfs bij de mensen aan huis om koffie te drinken. Nee, we doen dit niet omdat we altijd zo een grote dorst hebben, maar omdat het gewoon gezelliger praten is met een tasje koffie erbij. Mensen vertellen ons grote en kleine verhalen, hun verzuchtingen en dromen en dit allemaal dankzij, jawel, ons luisterend oor en een lekker tasje koffie! We leren mensen kennen, verwijzen mensen door indien nodig en proberen zoveel mogelijk buurtbewoners ‘mee te laten acteren’ in de verschillende projecten waarmee we bezig zijn.

Maar we zijn ook een luis in de pels. We beginnen te jeuken als onrecht op ons pad komt of onze mensen vergeten worden. We nemen het op voor de zwaksten in onze samenleving. Dit komt tot uiting op verschillende manieren; vandaag de dag misschien minder met een spandoek in de hand, maar op een meer subtielere manier. We signaleren aan betrokken instanties met welke structurele problemen onze doelgroep te maken krijgt en werken mee aan mogelijke oplossingen. En ja hoor, dat spandoek is soms ook nog nodig. 

In een notendop; we ondernemen heel wat om mensen samen te brengen, gaan op zoek naar het beste in de mens en proberen dit in te zetten, zodat dit zowel voor mens als buurt betekenis krijgt. Want dit geeft mensen een groter zelfvertrouwen, waardoor dit ook zal doorwerken in andere levensdomeinen en deze persoon wel eens met de andere afdelingen van Stebo te maken kan krijgen…

Wij willen niet zeggen dat het vroeger beter was; dat is appelen met citroenen vergelijken. De tijden zijn zo sterk veranderd; het ‘grote verhaal’ is een boek geworden met heel veel kleine hoofdstukjes. En de bezieling? Die is gewoon broodnodig en wij werken graag met volle maag.

Share This