Negenenzestig is hij. Met pensioen sinds het einde van 2008. En toch, Albert Willems voelt zich jong, actief en waardevol. Dat is het geschenk van vrijwilligerswerk. Van volgehouden vrijwilligerswerk: al acht jaar draait Albert mee in het team Wonen van Stebo. Twee halve dagen per week adviseert hij particuliere eigenaars en huurders die hun woning willen verbeteren. Albert neemt ook deel aan de maandelijkse teamvergaderingen. Op die manier ging de kennis die hij opbouwde als premie-adviseur bij de provincie Limburg niet verloren. ‘Wat ik doe is allemaal niet zo fenomenaal’, zegt Albert. ‘Maar ik krijg van collega’s en klanten wel het gevoel dat ik iets van waarde doe voor hen, en ik kan niet ontkennen dat mij dat zelf ook deugd doet.’

‘Het is druk geweest de afgelopen tijd’, lacht Albert. Het koor waarin hij zingt had pas twee succesvolle concerten. Twee keer per week rijdt hij voor de Mindermobielencentrale. Albert draait mee in het bestuur van een liefdadigheidsvereniging en dan is er zijn vrijwillige opdracht bij Stebo. ‘Wat me bij Stebo opvalt is de manier waarop ze met vrijwilligers omgaan. Een tien krijgen ze van mij.’

Wat zit er onder die ‘tien’, Albert? Wat is het geheim van goed omgaan met vrijwilligers?

Albert: ‘Respect. Dat is het belangrijkste. Ik voel dat ik gerespecteerd wordt. Dat mijn bijdrage van tel is, dat ik een verschil kan maken. En ook: ik word hier niet benaderd als een ouwe man, maar als één van de collega’s. Mijn collega’s bij het team Wonen zijn meestal twee generaties jonger, maar ik ervaar helemaal niet dat ze anders met mij dan met elkaar omgaan. Die vriendelijkheid, dat erbij mogen horen, die gelijkwaardigheid: ik ervaar dat als een zeldzaamheid in deze tijd.’

Draagt de aard van het werk ook op een of andere manier bij aan je goed voelen als vrijwilliger?

Albert: ‘Ik doe spreekuren en huisbezoeken om mensen advies te geven rond premies voor woningverbetering. Dat is werk dat tot de kern van het team Wonen behoort. Dat is essentieel werk hé, niet zomaar iets in de rand. Ik heb ook ervaringen in andere organisaties waar je als vrijwilliger alleen maar voor hand- en spandiensten gevraagd wordt. Maar ik wil serieus werk doen, in contact komen met de mensen waar het om draait.’

Dus je doet in feite op vrijwillige basis werk dat je collega’s als job hebben. Leidt dat niet tot het gevoel dat jij daardoor hun werk verdringt?

Albert: ‘Dat gevoel geven ze mij zeker niet. Het is uiteindelijk een win-win situatie voor iedereen. Collega’s premie-adviseurs die met een werkpiek zitten, kan ik tijdens hun spreekuur vervangen als het nodig is. Verschillende van mijn collega’s hebben nog een jong gezin, en dan is het een hele geruststelling als ik eens iets van hen kan overnemen als ze thuis moeten zijn voor de kinderen bijvoorbeeld.’

Je bent nu acht jaar vrijwillig aan de slag bij het team Wonen. 69 ben je intussen. Wat houdt je aan de gang?

Albert: ‘Ik ben omringd door jonge collega’s. Ik voel me daardoor geen oude man. Ik voel me jonger dan ik ben, en bovendien lijkt het alsof ik gezonder blijf. Actief blijven, dat maakt het verschil. Als ik de hele dag maar zou rondhangen, dat zou geen gunstig effect hebben op mijn eigenwaarde. Ergens bij horen, samenwerken met anderen, kunnen babbelen met anderen en feedback krijgen van hen: dat houdt me gaande. Ik ben als gepensioneerde niet afgeschreven. Ik kan nog iets doen. Ik blijf me nuttig voelen, en dat geeft nog de meeste voldoening.’

 

Door Griet Bouwen, Nieuwmakers, voor Stebo. Wilt u reageren of heeft u zelf een verhaal dat u wil delen? Contacteer dan onze nieuwsredactie via mail of telefoon 0474 88 26 37. Stebo geeft toestemming tot integrale overname van dit artikel, mits vermelding van Stebo en opname van een link naar deze pagina.

Share This