‘Een jongerenwerker in een wijk is tegelijk ook een buurtwerker’, zegt vormingswerker Floris Vansichen, die vanuit Arktos vzw actief is in de Hasseltse sociale woonwijk Ter Hilst. Floris studeerde in juni 2015 af als sociaal-cultureel werker, na een inspirerende stage bij Stebo-opbouwwerker Simon Ashworth. Een half jaar trokken senior Simon en junior Floris met elkaar op. Via Simons werk in Houthalen ging Floris diep beseffen hoe intens het samenspel tussen buurt en bewoners wel is. Een gesprek met twee generaties opbouwwerkers.

 

Simon Ashworth (58) is, na een carrière in de koolmijn en een universitaire opleiding na de mijnsluiting, actief in het veld van samenlevingsopbouw. Binnen enkele jaren rondt hij zijn actieve loopbaan af. ‘Floris bracht mij weer in contact met de leefwereld van jonge mensen die aan het begin van hun loopbaan staan. Dat idealisme, dat jonge enthousiasme: het is voor mij een kans geworden om te reflecteren en te herbronnen.’

Floris (23) studeerde aan de Sociale Hogeschool Thomas More in Geel. In juni 2015 studeerde hij af en kon meteen aan de slag bij Arktos vzw, vormingscentra voor jongeren. Floris maakt deel uit van het team Vrijetijd & Woonomgeving in Limburg. Zijn werkterrein is Ter Hilst in Hasselt. Hij probeert de focus op ontwikkeling van jonge mensen te verbinden met wijkontwikkeling. ‘In mijn opvoeding leerde ik hoe belangrijk gemeenschap is, en via mijn stage is die gevoeligheid voor de verbinding met de buurt waarin ik als jongerenwerker actief ben, stevig gegroeid’, zegt Floris.

 

Simon, kon jij als senior met zo’n jarenlange ervaring nog wat leren van zo’n jonge gast als Floris?

Simon: ‘Mijn blik is opener geworden. Een jonge collega brengt een nieuwe kijk mee en ook vragen waar ik nog niet bij stil heb gestaan. Een voorbeeld: samen met de straathoekwerker zouden we met een twintigtal allochtone jongeren op weekend trekken. Floris stelde me de vraag of hij Rizla, zijn duitse herdershond,  kon meenemen. Hij had het vermoeden dat een hond voor extra verbinding zou kunnen zorgen in de groep. Ik vond dat een verrassende vraag en eerlijk gezegd ook wat moeilijk. Ik dacht vooral aan de obstakels, was wat ongerust dat de jongeren daar niet zo open op zouden reageren. We hebben uiteindelijk toch het risico genomen: de hond ging mee op weekend en ze is de ster van de tweedaagse geworden. Het heeft me doen nadenken: hoeveel avontuur durf ik nog aan? Durf ik onvoorspelbaarheid toelaten? Ik herinnerde me zo dat we in ons werk soms een risico moeten durven nemen.’

 

Floris, wat heb jij uit de samenwerking met Simon meegenomen naar je werk bij Arktos?

Floris: ‘Mijn invulling van het jongerenwerk is er breed door geworden, denk ik. Een jongerenwerker in een wijk is volgens mij tegelijk ook een buurtwerker. Ik wil proberen volledig te zijn in mijn werk met kinderen en jongeren in de buurt.  Familie, vrienden en de omgeving spelen allemaal een rol in de ontwikkeling van die gasten. Als jongerenwerker moet je met die hele context aan de slag gaan. Ik ben nu in Ter Hilst volop bezig om contacten te leggen met alle gezinnen waar kinderen en tieners wonen. Zo leer ik ook de ouders achter de kinderen en jongeren kennen en zij leren mij kennen. Ik breng al die informatie een beetje in beeld. Dat helpt mij om ouders te ontdekken die een interessante bijdrage kunnen doen in de werking van Arktos en in het buurthuis.’

Simon: ‘Dat vind ik heel belangrijk. En het treft mij dat een jongerenwerker belang hecht aan het feit dat de ouders hem ook kunnen leren kennen. Want als ouder wil je in eerste plaats toch weten bij wie je kinderen zijn als ze naar de werking gaan. Floris zet daarmee een hele belangrijke, primaire stap. Ik ben het ook met zijn uitgangspunt eens: een jongerenwerker is inderdaad ook een buurtwerker, want jongeren zijn een onderdeel van die gemeenschap.’

Floris: ‘Ik zou het prachtig vinden als er binnen een poos ook ouders een rol als vrijwilliger komen opnemen in de buurt. Dat is iets wat ik de komende tijd echt wil opbouwen.’

 

Nu we het over samenlevingsopbouw hebben: waar vinden jullie beiden dat de uitdagingen voor de toekomst liggen?

Simon: ‘Ik denk dat opbouwwerkers in eerste plaats bruggenbouwers moeten zijn. We leven in een superdiverse maatschappij, en dat leidt tot nogal wat onbegrip. Ik zie dat conflicten worden uitvergroot en daardoor niet meer opgelost geraken. We moeten focussen op verbinden, dialoog mogelijk maken, op zoek gaan naar compromissen en redelijkheid. Bovendien is er meer sprake van burgerparticipatie. Er wordt ook gekeken naar bewoners om de kwaliteit van leven in de buurt en het samenleven te verbeteren.’

Floris: ‘Bruggen bouwen, inderdaad. Ik probeer nu vooral de brug tussen de jongeren en de buurt te leggen. Ik ga ervan uit dat de buurt de jongeren ontwikkelt, of niet, en dat de jongeren ook de buurt maken tot wat die is. Maar ik ga daar niet over staan preken. Ik doe het gewoon voor. Als die gasten zien dat ik consequent afval opraap, dan zet dat meer in beweging dan wanneer ik mijn inzichten probeer op te leggen. De meeste mensen weten wel wat het betekent om het goede te doen. Ik wil ze zelf tot die inzichten laten komen zonder daar een parlée over te doen. Mijn geloof in de jongeren en in de buurt is eigenlijk onvoorwaardelijk. Ik wil daar geduldig in zijn.

 

De jonge generatie nu kansen geven om die verbindingen te leggen, om mee verantwoordelijkheid op te nemen voor hun eigen leefwereld en in de samenleving: hoe houden jullie beiden nu die insteek vast in je werk?

Floris: ‘Met de jongeren in Ter Hilst wil ik bouwen aan eigenaarschap. Ze zien mij soms – uit gewoonte – als een hulpje dat van alles voor hen moet doen. Dan moet ik even ‘ho!’ zeggen, ‘zo werkt dat niet gasten, begin zelf ook maar eens iets te ondernemen.’ Ik wil dat het resultaat van mijn werk duurzaam is. Dat het niet staat of valt met een jongerenwerker. Zo organiseer ik nu bijvoorbeeld het jeugdhuis, vanuit Arktos. Ik wil dat ze in de toekomst gaan ervaren dat het staat of valt met hun inzet. Dan leren ze om verantwoordelijk om te gaan met bijvoorbeeld de kas, materialen, lokaal. Ik kijk uit naar de dag dat ze gaan zeggen ons jeugdhuis, onze werking, in plaats van de werking van Arktos.

Simon: ‘Bij Stebo willen we nu meer jongeren ook in de organisatie kansen gaan geven. We weten allemaal dat veel jonge mensen in een situatie zitten waar ze geen werk vinden omdat ze geen ervaring hebben. Dat is een cirkel waar moeilijk uit te geraken valt. Dus kiezen wij er vanaf nu duidelijker voor om meer jongeren op stage te laten komen bij ons. Dat is goed voor ons, want zo blijven wij scherp en reflectief over ons werk. Dat is goed voor de jongeren, want die kunnen ervaring opdoen. En dat is tenslotte ook goed voor de sector van samenlevingsopbouw want we hebben goed opgeleide opbouwwerkers meer dan nodig.’

 

Door Griet Bouwen, Nieuwmakers, voor Stebo. Wilt u reageren of heeft u zelf een verhaal dat u wil delen? Contacteer dan onze nieuwsredactie via mail of telefoon 0474 88 26 37. Stebo geeft toestemming tot integrale overname van dit artikel, mits vermelding van Stebo en opname van een link naar deze pagina. 

Share This